Groeneling en Gagea

Hij wurmt zich vrolijk fluitend

met een oog schuin gericht

op de nakende nacht

in zijn groen gekleurde pyama

en zet zich na een vluchtje

wel blij en zeker vederlicht

op de tak met bladerpracht

vlak boven de gelige Gagea.

 

Lieve Groeneling, zoemt ze zacht

ben je daar – hoe was jouw dag?

Haar hart straalt als een zon

in de laatste adem van het licht

en hij fluit door om het plezier

dat ze niet meer in het verleden zijn

maar in het nieuwe nu, het hier.

 

Toch in elke nacht, soms dun

en soms schreeuwend onverwacht

schuurt het toen dan vuil voorbij

 

toen hij het groene vinkje was

waarmee het recht geknecht

de vrijheid was verkocht en

het gelijke werd verkracht

 

toen zij een lapje stof

met bruinig draad een dunne hand

vergroeide tot een gele ster

betraand en zacht vervloekt aan iemands jas

 

om in ‘t duister later droef te leren

dat elk mens van elke kleur en god

na haar ster en het Dat nooit meer

binnen een eeuw hem moet accepteren

het groene vinkje – de perverse wederkeer

van het duivelse, het totalitaire lot.

 

Als vroeg en teer de zon terugkomt

lijkt alles aan ‘t bestaan te deugen

maar Groeneling en Gagea weten

al te zeer dat het leven meestal

een slecht te breken spiegel is

van steeds een andere leugen

en dat zij naast puur geluk altijd zwaarte

zullen voelen van de zwarte dromen

met steeds het verwijt als vraag

door wat zijn ze toen zo ver gekomen?

Vragen

Waar
op de Dam
is ons herdenken
gebleven
van hen die
met hun leven
elke dag nog
ons de vrijheid schenken?

Hangt boven elk plein
nadat corona kwam
niet een zwarte wolk
te wenken
naar het volk
pas op de nieuwe pijn
nadat de godenzonen en
het vrije woord allang
verdwenen zijn?

Welke vrijheid kan
je nu nog vieren
in het kader van de wet
met in zijn rug
een Haagse dolk en
de naalden van de angst
tot in je ziel gezet?

Zoektocht naar het mooimens

Zij dus, beslist geen vlak prooimens, 
anders dan 
die met een glitternagelhand gepolste Rolex

waarin zo’n internationaal goedgekeurde 
kartonnen slubberbeker 
ter bevrediging van
het nooit helemaal uitgegroeide zuigreflex

met oversized witte sportschoenen die nog 
nooit echte modder hebben gevoeld 
en zelden
 sneller dan slenterend zijn voortbewogen 

onder een legging die evenmin ooit de muren
 van een sportschool heeft gezien, 
met witte strepen op de zijkant zodat de inhoud minder massief zal ogen 
en de suggestie van een scorende catwalk-wiebel levend houdt

in de preppy lange beige of camelkleurige jas dichter bij 
de enkels dan de knieën, 
nonchalant niet dichtgeknoopt
(ook omdat dat fashionable vlotte dynamiek uitstraalt)

maar wel bij welk weer dan ook met een sjaal die
zo groot lijkt als een tweepersoons dekbedhoes, 
in ieder geval nog kleurrijker en ook min of meer

onverschilligheid en erbij-horen uitstralend om hals 
en nek net zoals de daarbij aan een glimketting hangende 
smartfoon die voortdurend uit verslaving wordt gecheckt, 
in een hoesje van krokohuid of kalfsleer met kittige glitters
die soms ook op de koala-achtige vingernagels zitten
als die niet gillend rood of blaffend blauw zijn
gelijk haar corporale stemgebruik op straat en elders;

met een ijsmuts op het bijgekleurde haar in grove steek gebreid 
en getopt met een belachelijk grote pluisbol - 
iets dat je vroeger geheid alleen verstijfd op de dwaze hoofden  
van debiele kabouters en mislukte clowns zag zitten; 

vaak op straat en bij de to go’s gezellig vergezeld 
door een soort van vriendin die in alles net iets minder is;

getraind in het vermijden van direct oogcontact
vanachter dwaas gelijnde brauwen en wapperwimpers
aangeleerde en zo het uitkomt in te schakelen seksruis op de stembanden 
gecultiveerd door feestjes buiten het zicht van fatsoen en volwassenheid
gedrenkt in drank en meidenhysterie en avondzon 
en een joint of een onnatuurlijk gekleurd pilletje weggeklokt met een gembershot 
of een latte uit zo'n rond karton.

 En een gezicht dat ooit leuk en natuurlijk was, maar nu
 als ze wat zegt duidelijk tekenen vertoont van te veel
 zonnebank, uitgeschoten botox-probeersels en de wanhoop 
over de dwaasdure crèmes die al die trekkende gevoelens van
 onzekerheid, overbodigheid en onrust niet weg kunnen houden.

 Zo’n wandelend statement over een miniscuul ikje.
Dat dus niet.