Vragen

Waar
op de Dam
is ons herdenken
gebleven
van hen die
met hun leven
elke dag nog
ons de vrijheid schenken?

Hangt boven elk plein
nadat corona kwam
niet een zwarte wolk
te wenken
naar het volk
pas op de nieuwe pijn
nadat de godenzonen en
het vrije woord allang
verdwenen zijn?

Welke vrijheid kan
je nu nog vieren
in het kader van de wet
met in zijn rug
een Haagse dolk en
de naalden van de angst
tot in je ziel gezet?

Zoektocht naar het mooimens

Zij dus, beslist geen vlak prooimens, 
anders dan 
die met een glitternagelhand gepolste Rolex

waarin zo’n internationaal goedgekeurde 
kartonnen slubberbeker 
ter bevrediging van
het nooit helemaal uitgegroeide zuigreflex

met oversized witte sportschoenen die nog 
nooit echte modder hebben gevoeld 
en zelden
 sneller dan slenterend zijn voortbewogen 

onder een legging die evenmin ooit de muren
 van een sportschool heeft gezien, 
met witte strepen op de zijkant zodat de inhoud minder massief zal ogen 
en de suggestie van een scorende catwalk-wiebel levend houdt

in de preppy lange beige of camelkleurige jas dichter bij 
de enkels dan de knieën, 
nonchalant niet dichtgeknoopt
(ook omdat dat fashionable vlotte dynamiek uitstraalt)

maar wel bij welk weer dan ook met een sjaal die
zo groot lijkt als een tweepersoons dekbedhoes, 
in ieder geval nog kleurrijker en ook min of meer

onverschilligheid en erbij-horen uitstralend om hals 
en nek net zoals de daarbij aan een glimketting hangende 
smartfoon die voortdurend uit verslaving wordt gecheckt, 
in een hoesje van krokohuid of kalfsleer met kittige glitters
die soms ook op de koala-achtige vingernagels zitten
als die niet gillend rood of blaffend blauw zijn
gelijk haar corporale stemgebruik op straat en elders;

met een ijsmuts op het bijgekleurde haar in grove steek gebreid 
en getopt met een belachelijk grote pluisbol - 
iets dat je vroeger geheid alleen verstijfd op de dwaze hoofden  
van debiele kabouters en mislukte clowns zag zitten; 

vaak op straat en bij de to go’s gezellig vergezeld 
door een soort van vriendin die in alles net iets minder is;

getraind in het vermijden van direct oogcontact
vanachter dwaas gelijnde brauwen en wapperwimpers
aangeleerde en zo het uitkomt in te schakelen seksruis op de stembanden 
gecultiveerd door feestjes buiten het zicht van fatsoen en volwassenheid
gedrenkt in drank en meidenhysterie en avondzon 
en een joint of een onnatuurlijk gekleurd pilletje weggeklokt met een gembershot 
of een latte uit zo'n rond karton.

 En een gezicht dat ooit leuk en natuurlijk was, maar nu
 als ze wat zegt duidelijk tekenen vertoont van te veel
 zonnebank, uitgeschoten botox-probeersels en de wanhoop 
over de dwaasdure crèmes die al die trekkende gevoelens van
 onzekerheid, overbodigheid en onrust niet weg kunnen houden.

 Zo’n wandelend statement over een miniscuul ikje.
Dat dus niet.

Gelukkig maar – gedicht

Individuen verklein je lachend tot dossiers,
groepen zet je om tot een simpele rekensom
de vraag naar visie en verklaring vaag je weg
de gestreken vlag van de toeslag wappert na een nacht
en een dag alweer, gedrenkt in een enge grap over macht
de schaamte over het uithollen van de mensenzorg
werd verdoezeld door het uitrollen van de virusworg.
 
Je bent verworden tot een dief van elk perspectief
de man die vond dat het volk zo met hem bofte
en zich altijd aalglad rond die o zo gewiekste mond
lachend wegdraaide in de verbale verkrachting
van het hopen en de verwachting na gebroken beloften.
 
En terwijl de veenbrand der onvrede die al maanden woedt
plotseling overal oplaait en met klinkers de pan in slaat
het molest de teststraat, station en ziekenhuis beschaadt
de afbraak van het land zonder enige bescheidenheid
voortgaat voor microfoons en camera’s en lensen
pruttelt jouw vraag de media in: wat bezielt deze mensen?
wat blijk is van dat visieloze, van een grote onnozelheid
want wie het volk knecht in zijn vrijheid  - als systeem
is bepaald geen leider, maar oorzaak van een probleem.
 
Zij die onwetend onbelezen genieten van de protectie
door de lauwe benauwdheid van de doortraptheid
en bij reflectie slechts het grootse ik zien staan
poetsen het walgelijke gebrek aan moraliteit weg
gelijk het procentje dat overal wel mis kan gaan
en misbruiken na ‘n flesje wit te hebben weggeslokt
Beau de labrador voor wat buurten tijdens de avondklok.
 
Verlekkerd, bijna orgastisch glijden ze uit elke discussie
over de hoer van Brussel, het Haagse oliemannetje
dat regeren ziet als een wedstrijdje muizengaatjesvullen
met het zegevierende ‘niemand kan aan hem tippen’
en op hun lippen de pralende vereenzelviging met zijn lullen.
 
Gelukkig maar. Want met 150 in plastic gepakte Pinokkio’s
in de Kamer vol Gedwee zou het land nog minder zijn
dan het uniforme en zielloze Nederkorea aan de Noordzee.