Open brief aan de artsen en verpleegkundigen van de GGD

OPEN BRIEF van Jan Vingerhoets

Aan de artsen en verpleegkundigen van de GGD-en in Nederland

Bergen op Zoom, 14 januari 2022

Zeer geachte collega’s,

Binnen enkele dagen zullen de ouders van alle kinderen van 5-11 jaar in Nederland een uitnodiging krijgen om zich te laten vaccineren tegen Covid-19. Dit besluit heeft mij als huisarts dermate verontrust dat ik de uitzonderlijke stap neem om mij op persoonlijke titel in een open brief tot u te richten en mijn zorgen met u, mijn collega ́s, te delen. Het geven van volledige, eerlijke voorlichting aan patiënten beschouw ik als een belangrijke plicht en ik ben ervan overtuigd dat dat voor u niet anders is. Hieronder wil ik u, wellicht ten overvloede, een aantal feiten ter overweging geven, waarvan het van cruciaal belang is dat ouders ervan op de hoogte zijn. Mijn grote zorg is dat dit laatste heel vaak niet het geval is. U bent bij uitstek in de positie om dit op de valreep na te gaan en waar nodig de volledige informatie alsnog te verstrekken.

Het is een feit dat kinderen zelden ziek worden van een besmetting met Covid-19. Ook heeft naar schatting meer dan 65% van de kinderen van 5-11 jaar al op natuurlijke wijze immuniteit verkregen (1). We kunnen dus concluderen dat een overweldigende meerderheid van de kinderen zelf helemaal geen voordeel heeft bij vaccinatie, hetzij op grond van hun leeftijd, hetzij op grond van hun immuniteit en meestal zelfs op beide gronden. Het ‘number needed to vaccinate‘ om één opname vanwege Covid-19 te voorkomen loopt in de vele tienduizenden. Hiermee is deze handeling in strijd met de internationaal erkende kinderrechten (2,3). Deze inenting is dan ook slechts te rechtvaardigen in uitzonderlijke situaties, wanneer het kind er zelf voordeel bij heeft en bovendien de veiligheid onomstotelijk vast staat. Het eerste is zelden het geval en ook aan de tweede voorwaarde wordt niet voldaan: het gebruik van deze middelen bij kinderen is nauwelijks onderzocht. Het advies van de Gezondheidsraad om kinderen van 5-11 jaar te vaccineren (4) is gebaseerd op niet meer dan één (!) dubbelblinde gerandomiseerde studie onder slechts 2000 kinderen (inclusief placebogroep) die niet langer dan twee maanden duurde. Deze flinterdunne onderbouwing is een unicum in de medische wetenschap en kan onmogelijk een inbreuk op de kinderrechten rechtvaardigen. Toch wordt ouders verteld dat het vaccin ongevaarlijk is en dat het verspreiding van het virus voorkomt. Dit argument is niet alleen feitelijk onjuist omdat transmissie niet wordt voorkomen; het is bovendien onethisch. Volwassenen dienen kinderen te beschermen, bijvoorbeeld tegen het onnodig inspuiten van middelen die nog in onderzoek zijn en tegen schending van hun rechten – en niet omgekeerd. Kinderen mogen niet gebruikt worden ter bescherming van volwassenen.

Voorkomen we schoolsluitingen dan door vaccinatie, zoals gesuggereerd wordt? Nee, dat is evenmin het geval. De ervaringen in Zweden en Noorwegen waar scholen gewoon open bleven (5), laten zien dat schoolsluitingen überhaupt niet zinvol zijn. De inentingen kunnen zelfs averechts werken door het induceren van nieuwe varianten. Ook de Nederlandse Vereniging van Kinderartsen heeft aangegeven tegen het zomaar vaccineren van gezonde kinderen te zijn (6). Vaccinatie bij kinderen met ernstige onderliggende aandoeningen is wellicht in uitzonderlijke gevallen verdedigbaar, maar ook hier is het goed om zich in elk geval te realiseren dat kwalitatief goed onderzoek hiernaar ontbreekt en dat ook deze stelling dus berust op een aanname.

Omdat kinderen van Covid-19 zelf vrijwel niets te vrezen hebben, is elke bijwerking er één te veel. Uit de veiligheidsrapporten die vaccinfabrikant Pfizer – overigens tegen zijn zin en op last van de rechter – vrij moest geven (7) blijkt dat er bij volwassenen veel meer ernstige bijwerkingen zijn dan tot dusver bekend waren. Ook hier zijn kinderen niet onderzocht, maar er is geen enkele reden om te denken dat dat bij hen anders zou zijn. Over lange termijn bijwerkingen weten we helemaal niets.

Wetenschappers in Zweden toonden aan dat de entstof ook schade aan de DNA-reparatie kan veroorzaken (8), iets waarvan altijd beweerd werd dat het onmogelijk was. Kennelijk missen we cruciale kennis. Weten de ouders dit? Verder hadden we in Nederland in 2021 een forse oversterfte ten opzichte van 2020. Alleen al in de maand november ging het om 3500 extra doden ten opzichte van het jaar ervoor (9). Voor deze oversterfte is vooralsnog geen verklaring. In 2021 was er veel onrust over oversterfte die aan het virus werd geweten. De huidige oversterfte krijgt bizar genoeg nauwelijks aandacht. Een verband met vaccinatie kan niet worden uitgesloten. Meerdere wetenschappers en de unanieme Tweede Kamer drongen aan op onderzoek (10,11), maar de regering heeft hier vooralsnog niets mee gedaan. Dit alles maakt onmiskenbaar duidelijk dat we op belangrijke terreinen echt nog onvoldoende weten. Het is onze verantwoordelijkheid als zorgmedewerkers om ouders daarover te grondig en volledig te informeren, zeker nu de overheid dit nalaat. Wie als arts of namens een arts medische handelingen verricht heeft zich immers gebonden aan twee fundamentele principes in de artseneed: primum non nocere (nimmer schaden) en in dubio abstine (bij twijfel: niet doen). Duidelijker kan het niet zijn.

Het kan gezien het bovenstaande dan ook niet de minste twijfel lijden dat het vaccineren van kinderen medisch, juridisch en ethisch niet te verantwoorden is, een enkele uitzondering op medische gronden daargelaten. Ouders beschikken doorgaans niet over de volledige informatie noch de tijd die nodig is voor een juiste afweging. Vanuit de grond van mijn hart en mijn geweten roep ik u als collega-zorgverleners nadrukkelijk op om de rechten van de aan uw zorg toevertrouwde kinderen alsook uw professionele beroepsethiek te eerbiedigen. Ik heb er vertrouwen in dat u uw verantwoordelijkheid neemt en geen handelingen zult verrichten waarvan niet volstrekt vast staat dat deze de belangen van het kind zelf dienen. Gezien het bovenstaande en de huidige beperkte kennis op dit gebied zal dat bij de overgrote meerderheid van de kinderen niet het geval zijn.

Met collegiale groet,
Jan Vingerhoets, huisarts

Referenties:

  1. https://nvk.nl/nieuws/nieuwsbericht?newsitemid=160104451
  2. https://www.eur.nl/esl/nieuws/het-vaccineren-van-kinderen-met-het-coronavaccin-strijdigmet- het-kinderrechtenverdrag
  3. https://eenvandaag.avrotros.nl/amp/je-kunt-kind-niet-inzetten-om-grootouders-tebeschermen- volgens-oud-ombudsman-is-vaccineren-van-jongere-kinderen-in-strijd-metkinderrechten
  4. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2021/12/10/vaccinatie-van-5–tot-en-met- 11-jarigen-tegen-covid-19
  5. BMJ 2021;373:n1197
  6. https://www.nvk.nl/nieuws/nieuwsbericht?newsitemid=157614086
  7. https://phmpt.org/pfizers-documents
  8. https://www.mdpi.com/1999-4915/13/10/2056
  9. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2021/48/in-laatste-week-van-november-overleden-bijna-1-100- meer-mensen-dan-verwacht.
  10. https://www.nd.nl/nieuws/nederland/1077551/ronald-meester-regering-is-te-traag- metonderzoeken-oversterfte
  11. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2021Z22246&did=2021D4733

Open brief burgemeesters aan kabinet

In een interview in de Volkskrant stelt Diederik Ebbinge, initiatiefnemer van Kapsalon Theater, dat burgemeesters in een ‘catch 22′ zitten. Dat klopt als een bus en is de meest bondige samenvatting van de bijna onhoudbare situatie die na twee jaar coronacrisis­bestrijding is ontstaan.

Inmiddels draaien gemeentelijke juristen overuren om uit te dokteren of een yoga­studio in een museum of een kapsalon in een theater moet worden toegestaan of verboden volgens de landelijke noodwetgeving. Ondertussen heeft het Amsterdamse debatcentrum De Balie zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als kerkgenootschap. Mocht dat volgens juristen standhouden, dan kan ­Nederland waarschijnlijk de komende weken een ongekende religieuze opleving tegemoetzien. De samenleving zoekt de mazen van de wet, uit onvrede over de maatregelen en uit wanhoop over de uitzichtloze positie waarin een groot aantal maatschappelijke sectoren is komen te verkeren.

Vanuit het lokale bestuur – soms verenigd in het veiligheidsberaad of de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en soms door individuele bestuurders – wordt ook al geruime tijd gewaarschuwd dat de huidige crisisbestrijding op haar grenzen stuit. Bij de zoveelste opleving van het virus trekken de snel wisselende, ad-hocmaatregelen een te grote wissel op het uithoudingsvermogen en op het vertrouwen in het bestuur. Dit wordt erger nu een aantal leden van de wetgevende macht zelf de noodwetgeving overtreden en mensen oproepen zich ertegen te verzetten.

Dit wringt eens temeer als de besmettings- en ziekenhuiscijfers de logica en redelijkheid van de huidige stevige maatregelen onder­graven. Weliswaar zijn heel veel mensen ­besmet, maar ze worden ook minder snel en minder ernstig ziek. In de ons omringende landen worden, zonder heel grote ongelukken, veel minder vergaande maatregelen getroffen. Daarmee verdwijnt de angst voor het virus en de motivatie om de regels te volgen.

Daar is ook een sluipende en zorgelijke wijziging in de crisisbestrijding de afgelopen twee jaar debet aan. Bij de start lanceerde de overheid de treffende leuze ‘Alleen samen krijgen we corona eronder’. Men realiseerde zich terecht dat corona alleen kon worden bestreden als de samenleving betrokken was en er een succesvol appèl op de eigen verantwoordelijkheid van burgers werd gedaan.

En dat werkte. Mensen volgden de nood­zakelijke maatregelen en saamhorigheid zorgde voor een maatschappelijke beweging van onderlinge hulp, vrijwilligerswerk en ­particulier initiatief.

Persconferenties
Langzaam maar zeker verdween de eigen en gezamenlijke verantwoordelijkheid uit beeld tijdens de persconferenties en de debatten in de Tweede Kamer. De crisisbestrijding verstatelijkte en werd gecentraliseerd, waarbij Den Haag het eigenaarschap van de crisis naar zich toetrok.

Daarbij verschoof de aandacht ook van naleving en zelfregulering naar handhaving. Burgemeesters werden vooraan gezet als de verantwoordelijke uitvoerders van de landelijke maatregelen die dwingend aan burgers werden opgelegd. Van een sluitstuk werd lokale handhaving het centrale element van de crisisbestrijding.

Ook de rol van maatschappelijke partners werd kleiner. Terwijl maatschappelijke sectoren in het begin werden uitgenodigd om te adviseren over een veilige organisatie van de anderhalvemetersamenleving, werden ze na verloop van tijd vooral geconfronteerd met de besluiten van het kabinet. In plaats van mede-eigenaar van de crisisbestrijding werden ze vooral – en vaak onterecht – in de hoek gedrukt van lobbyisten voor het eigenbelang.

Rood licht
Wij willen er geen misverstand over laten bestaan: regels zijn belangrijk zodat mensen weten wat ze moeten doen. Regels werken echter alleen als ze rusten op maatschappelijke en politieke overeenstemming: als mensen doordrongen zijn van de noodzaak van de regel en in overgrote mate bereid zijn deze vrijwillig te volgen. Bijvoorbeeld, vrijwel iedereen in Nederland begrijpt en respecteert de noodzaak om te stoppen voor een rood licht. Handhaving is er om de resterende overtreders tot de orde te roepen en te beboeten.

Het is feitelijk onmogelijk maar ook rechtsstatelijk onwenselijk om met repressie Nederlandse burgers dwingend te overtuigen van de juistheid van maatregelen.
Het put het handhavingsapparaat niet ­alleen uit, maar een repressieve overheid komt tegenover zijn eigen burgers te staan, ook tegenover hen die van goede wil maar inmiddels moedeloos zijn. Juist nu veel burgers het water aan de lippen staat mag het coronabeleid niet verder bezwijken voor de repressieve verleiding. Dan brokkelt het gezag juist verder af om maatregelen – waar nodig – nog wel dwingend op te kunnen leggen en ontstaat er een vertrouwensprobleem.

Wij dringen er bij het kabinet en het parlement dan ook op aan om het coronabeleid fundamenteel te herzien.

Lange termijn
Het belangrijkste is, ten eerste, dat er met voorrang een perspectief wordt ontworpen voor de lange termijn. In het crisisbeleid van de afgelopen jaren verdrong de acute bestrijding van het virus alle andere problemen en belangen in de samenleving. Dat is voor een korte periode aanvaardbaar, maar na twee jaar niet meer.

Zeker nu blijkt dat corona in meerdere of mindere mate bij ons zal blijven moeten de waarden van onze samenleving vooropstaan. Bestrijding van het virus dient daarop te volgen. Anders gezegd, Nederland is een open samenleving, onderwijs dient altijd en voor iedereen toegankelijk te worden gegeven, publieke voorzieningen en ontmoetingsplaatsen (zoals cultuur, horeca, buurthuizen) schragen onze samenleving en dienen altijd open te kunnen zijn, enzovoort.

Dat betekent dat de gezondheidszorg zo moet worden ingericht dat het vrije samenleven er niet of zo min mogelijk door wordt gehinderd. Pas als burgers hoop kunnen ontlenen aan het beleid en zien dat maatregelen ook werkelijk leiden tot de verbetering van hun persoonlijke omstandigheden en hun omgeving, kunnen zij vertrouwen hebben in de bestuurders die hiervoor verantwoordelijk zijn.

Mondkapjes
Daarbij kunnen ten tweede extra regels ter bescherming van de volksgezondheid bij tijd en wijle noodzakelijk zijn. Deze moeten echter voorspelbaar, logisch en redelijk zijn (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de snel wisselende regels rond de mondkapjes). Dat betekent dat er altijd een proportionele afweging plaatsvindt tussen het effect voor de gezondheid en de schade die ermee wordt toegebracht aan de persoonlijke levenssfeer van mensen en het sociale en economische weefsel van de samenleving.

Bovendien vereisen maatregelen altijd een normatieve, bestuurlijke verdediging en niet enkel technocratische, wetenschappelijk onderbouwing. Alleen dan zal een appèl op de eigen verantwoordelijkheid en de zelfregulering aankomen en kunnen het repressieve gezag en de handhaving zich terugtrekken op hun kerntaken: het beschermen van de openbare orde en het vergroten van de veiligheid.

Woede
Als burgemeesters kiezen wij er tot slot in overgrote meerderheid telkens voor om de kabinetsmaatregelen uit te voeren en te handhaven met de middelen die wij hebben. Wij willen niet dat de chaos groter wordt, noch dat de woede toeneemt door ongelijke en selectieve handhaving (horeca oogluikend open laten gaan en theaters niet).
Wij willen echter ook in staat zijn om in deze moeilijke tijd naast onze inwoners, onze ondernemers, onze kunstenaars enzovoort te staan en een beschermende arm om hen heen te kunnen slaan, in plaats van hen alsmaar te bestraffen.

Dat kunnen wij echter alleen als ­kabinet en parlement gezamenlijk en consequent normeren, een toekomstperspectief ontwerpen en inhoudelijk bediscussiëren, en zich uitgebreid en publiekelijk verantwoorden over de ­gemaakte keuzes.

Femke Halsema is burgemeester van Amsterdam,
Paul Depla is burgemeester van Breda.

Ondertekenende burgemeesters:

Ahmed Aboutaleb, Rotterdam

Lucas Bolsius, Amersfoort

Theo Bovens, Enschede

Pieter Broertjes, Hilversum

Hubert Bruls, Nijmegen

Ank Bijleveld, Almere

Sybrand Buma, Leeuwarden

Sharon Dijksma, Utrecht

Jan Hamming, Zaanstad

Ton Heerts, Apeldoorn

John Jorritsma, Eindhoven

Wouter Kolff, Dordrecht

Cor Lamers, Schiedam

Henri Lenferink, Leiden

Ahmed Marcouch, Arnhem

Erik van Merrienboer, Terneuzen

Han van Midden, Roosendaal

Jack Mikkers, Den Bosch

Marco Out, Assen

Annemarie Penn, Maastricht

Tjapko Poppens, Amstelveen

Sander Schelberg, Hengelo

Antoin Scholten, Venlo

Anja Schouten, Alkmaar

Koen Schuiling, Groningen

Peter Snijders, Zwolle

Liesbeth Spies, Alphen aan den Rijn

Theo Weterings, Tilburg

Jan van Zanen, Den Haag

Een kwart miljard voor testen

Waarom zou men willen weten hoeveel mensen er een beetje (veel) verkouden zijn?
Lees vooral wat de wereldwijd zeer gerenommeerde professoren Karina Reiß en Sucharit Bhakdi hierover schrijven in hun veelgelezen en hooggeprezen feitenboekje Corona, vals alarm? En lees op de achterflap van dat boekje het citaat van The Washington Times.

meerteste

tekst alarm - 1

tekst alarmvoork - 1

tekst alarmvoork2 - 1