Gedicht

Zwarte grachten vreten jonge mannen

als het avondschemeruur is uitgedund

bruggen boegen worden klauwen kaken

feesten dreunen naar hun hoogtepunt

niemand hoort het stom geplons, een snik

schrijft het breken van het laatste iPhonelicht,

een wiel dat draaiend naar de bodem schroeft

de eendenschrik trekt even aan de nacht;

daarin de grachtenrat, ze wacht het water glad

geen weten of besef, stil dromend als het lief

de vriendin, een moeder of wie waar dan ook

– totdat opeens een gat kil hun bestaan doorschiet

eerst als gegons van een verdwaalde ochtendkus

die dan krijsend knapt en als nooit meer schroeit

tot een helse wond, met de afgestorven rand

van verloren hoop – en hun ademloze levenslang,

het doffe weten over dat nooit meer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s